Naar de inhoud
Tekst grootte

Stationsomgeving

Veel mensen met een visuele beperking maken gebruik van het openbaar vervoer. Zij lopen letterlijk en figuurlijk nog wel eens tegen zaken aan. Als belangenbehartiger zijn de volgende zaken hierbij van groot belang bij het onder de aandacht brengen van toegankelijkheid: richt je op de juiste partij en blijf betrokken. Realiseer je dat er groot verschil is in de aanpak van kleine aanpassingen en grote projecten. Op deze pagina vind je informatie over een mogelijke aanpak, krijg je handvatten en tips.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 1 januari 2026.

het stationsplein van rotterdam, een schuin puntvormig stationsgebouw met een grote plein ervoor.

Bij wie moet je zijn?

Toegankelijkheid op en rond stations vraagt om inzicht in verantwoordelijkheden, samenwerking met de juiste partijen en een kijk op de hele reis. Of het nu gaat om vindbare toiletten, toegankelijke kaartautomaten of een veilige route vanaf het treinstation naar de bushalte: je bereikt de beste resultaten wanneer je precies weet bij welke partij je moet zijn. Hierna vind je wie je nodig hebt wanneer je een aanpassing wilt realiseren.

Verdeling binnen het station

ProRail

ProRail is verantwoordelijk voor de transfer. Dat betekent alles wat te maken heeft met de verplaatsing van reizigers op en rond het station, inclusief fietsenstallingen. Meestal is ProRail beheerder van het stationsgebouw en de perrons. Wanneer je op dit gebied iets wilt bereiken, neem dan contact op met de Oogvereniging. ProRail neemt alleen meldingen over ontoegankelijke situaties in behandeling als de landelijke Oogvereniging hierbij betrokken is.

NS

NS is verantwoordelijk voor de zogenoemde ‘commerce’. Dit zijn de commerciële onderdelen, zoals winkels, horeca, informatieborden en kaartautomaten.

Regionale vervoerders

Regionale treinvervoerders, zoals Arriva, Keolis, Qbuzz, Connexxion/Breng zijn soms – maar niet altijd – verantwoordelijk voor kleine haltevoorzieningen, zoals wachtruimtes of informatiepanelen. Zij zijn niet verantwoordelijk voor stationsgebouwen, perrons, liften of routegeleiding. Dat blijft bij ProRail en NS.

Buiten het treinstation

Bij een stationsomgeving (de ruimte om een station) is meestal de gemeente eigenaar van deze grond en het gebied. Maar het kan ook een regionale OV‑vervoerder, bedrijf, particuliere eigenaar of andere externe partijen zijn die verantwoordelijk is voor delen buiten het station of specifieke voorzieningen. Voor bijvoorbeeld bushaltes, (in- en uitcheck)paaltjes en borden met reistijden moet je vaak bij de vervoerder zijn. Benader hen tijdig om toegankelijkheid mee te nemen bij aanleg of herziening.

Welke partijen zijn betrokken bij een stationsomgeving?

Bij de verbouwing van een stationsgebied zijn meerdere partijen betrokken, elk met hun eigen rol en verantwoordelijkheden. Hier is een overzicht van de belangrijkste betrokkenen.

Gemeente X

  • Initiatiefnemer en opdrachtgever voor veel werkzaamheden, zoals het verleggen van riolering, het verwijderen van kunstwerken en de herinrichting van de openbare ruimte.
  • Wethouder Mobiliteit is actief betrokken bij de uitvoering en communicatie van het project.

Spoorpartijen

  • ProRail: Verantwoordelijk voor de uitbreiding van de ondergrondse fietsenstalling. Werkt samen met de aannemer
  • NS Stations: Betrokken bij de gebiedsontwikkeling en afstemming van functies in en rond het station.

Aannemers en uitvoerende partijen

  • Aannemersbedrijf verlegt riolering.
  • Bouwonderneming werkt aan de Stationslaan
  • Weer een ander gespecialiseerd aannemersbedrijf verlegt kabels en leidingen in opdracht van de netbeheerder (verantwoordelijk voor elektriciteitskabels) en het drinkwaterbedrijf (verantwoordelijk voor waterleidingen).
  • Een projectinrichter verwijdert het kunstwerk
  • Weer een ander bouwberdrijf realiseert de uitbreiding van de ondergrondse fietsenstalling

Overige stakeholders

  • Bedrijfsleven in het stationsgebied: Betrokken via een Gebiedsagenda, waarin ook vergroening en levendigheid worden besproken.
  • Natuurmonumenten: Heeft een pilot voor een winkelconcept in het gebied.

Toegankelijke routes buiten het station

Toegankelijkheid stopt niet bij de stationsdeuren. Een goed voorbeeld is de route van een bushalte naar het station.

Bushalte op korte afstand van het station

Stel dat een bushalte op 150 meter van de stationsentree ligt, maar de route kent obstakels, zoals:

  • smalle trottoirs
  • ontbrekende geleidelijnen
  • stoepranden zonder verlaagde inrit
  • slecht geplaatste straatmeubels
  • onvoldoende verlichting

Voor reizigers met een beperking kan deze korte route een grote hindernis vormen.

Mogelijke verbeteringen:

  • brede, obstakelvrije looproutes
  • doorlopende geleidelijnen
  • verlaagde trottoirbanden
  • goede verlichting
  • tactiele markeringen
  • duidelijke bewegwijzering

Wie is verantwoordelijk?

  • Gemeente: voor trottoirs, verlichting en openbare ruimte.
  • OV‑vervoerder: voor de halte.
  • ProRail en NS: belanghebbend vanwege de verbinding met het station, maar geen eigenaar van de openbare ruimte.

Dit voorbeeld laat zien dat voor een volledige, toegankelijke reis samenwerking met gemeenten en vervoerders essentieel is.

Onderhoud van geleidelijnen op stations

Let op: De contacten over het toegankelijk en veilig maken én houden van de stations met ProRail en NS lopen via de Oogvereniging. Dit sluit aan bij de wens van ProRail en de NS om een centraal aanspreekpunt te hebben voor signalen, vragen, meldingen en afstemming over toegankelijkheid

Een belangrijk onderdeel van de toegankelijkheid van stations is het goed onderhouden van geleidelijnen. Deze lijnen zijn essentieel voor reizigers met een visuele beperking om veilig en zelfstandig hun weg te vinden.

Losse geleidelijn

Op een middelgroot station is een geleidelijn losgeraakt. De ribbelstroken wiebelen en vormen een struikelrisico. Voor reizigers met een visuele beperking leidt dit direct tot potentieel gevaar. Een vrijwilliger van de Oogvereniging constateert dat dit probleem waarschijnlijk is ontstaan na werkzaamheden.

Hoe wordt dit opgelost?

  • De vrijwilliger meldt dit bij de Oogvereniging.
  • ProRail is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van geleidelijnen op stations. De melding wordt vanuit de Oogvereniging doorgezet naar de juiste contactpersoon bij ProRail.
  • ProRail schakelt een onderhoudsaannemer in om de beschadigde delen te herstellen en te controleren of de lijn goed aansluit op de rest van de routegeleiding.

Hoe pak je het aan?

Toegankelijkheid is bij projecten in de stationsomgeving één van de vele factoren en nog geen standaard. Ervaring leert dat toegankelijkheid bij kleine en grote projecten veel ingrijpender kan zijn dan je bij het ontwerpen en de uitvoering denkt.

Inzet ervaringsdeskundigheid

Zet je ervaringsdeskundigheid in. Benader mensen die je hierop aanspreekt vriendelijk en leer ze dat toegankelijkheid voor iedereen positief is! Realiseer je dat er bij elk project dingen fout gaan en probeer niet gefrustreerd te raken. Het is meestal niet zo dat dit gebeurt om onder toegankelijkheidsregels uit te komen. Het zijn fouten, onvoorziene situaties of voortschrijdend inzicht. Aan jou de taak om ervoor te zorgen dat men ook bij die wijzigingen toegankelijkheid niet uit het oog verliest. Bedenk dat dit soort projecten te maken heeft met een enorme hoeveelheid belangen, wensen, beperkingen, wetten en regelgeving. Zoals de Omgevingswet, MIRT (hierover elders meer) en toegankelijkheidsrichtlijnen en normen.

Toegankelijkheidsnorm

Als jij toegankelijkheid als onderwerp aankaart, is de reactie vaak afhoudend. Of een projectmanager zegt: ‘Daar hebben we aan gedacht, we houden ons aan de normen.’ Als het project gestart is, liggen er waarschijnlijk afspraken, harde doelstellingen, budgetten en deadlines. Wanneer je een projectmanager confronteert met toegankelijkheidseisen, overziet diegene waarschijnlijk niet direct de financiële gevolgen en gevolgen voor de planning. Het geeft gedoe en daar zit men niet op te wachten.

Politiek

De politiek staat hier over het algemeen anders in. Jij moet dus zorgen dat de politiek jouw punt(en) op de agenda zet: Alle projecten in onze gemeente moeten toegankelijk zijn volgens de toegankelijkheidsnormen.

Refereer aan het VN-verdrag Handicap, beleid van de landelijke politiek, toegankelijkheidsbeleid van andere gemeenten, semioverheidsinstellingen, OV-maatschappijen en sportkoepels. Houd de vinger aan de pols en eis inzicht bij projecten. Dit kun je afdwingen wanneer dit politieke besluit eenmaal is gevallen.

Zorg dat je kunt meepraten bij de planvorming, maar niet heel gedetailleerd. Je hoeft alleen te controleren hoe men met het politieke besluit omgaat. Gaat het niet goed, kaart het dan weer aan bij de politiek. Realiseer je dat wethouders hierbij meestal niet directe aanspreekpunten zijn. Zij zijn vaak een verlengstuk van de uitvoering en kunnen met bezwaren komen over kosten en (on)mogelijkheden in de infrastructuur. In de meeste gevallen kun je daar redelijk eenvoudig doorheen prikken. Wethouders zijn gevoelig voor negatieve publicaties in de media. Je kunt overwegen daarvan gebruik te maken.

Wat is je rol hierbij?

  • Bemoei je niet met de uitvoering, maar houd een vinger aan de pols.
  • Vraag naar de vorderingen en zorg dat er inzicht is in plannen, speciaal over de onderdelen die met toegankelijkheid te maken hebben.
  • Controleer of er deskundigen op het gebied van toegankelijkheid zijn ingezet.
  • Controleer of de vastgestelde gemeentelijke toegankelijkheidsnorm wordt gevolgd en gerespecteerd. Daarbij hoef je niet op inhoud te sturen. Dat is de taak van inhoudsdeskundigen. Jij houdt de grote lijn in de gaten.

Blijf betrokken

Toegankelijkheid moet vanaf het begin in de planvorming zitten. Bij grote projecten is langdurige inzet nodig. Onderhoud actief contact. Blijf informeren, controleer of normen worden toegepast en zorg dat de (gemeentelijke) politiek het onderwerp op de agenda houdt.

Contact op de lange termijn

  • Laat je naam af en toe letterlijk voorbij komen bij de ambtenaar door het sturen van een mail of een belletje; doe dit niet alleen om ontoegankelijkheid te delen, deel juist ook positieve informatie en kennis.
  • Nodig de persoon uit om aanwezig te zijn bij activiteiten die worden georganiseerd; van een schouw tot een vergadering of een activiteit in het kader van de week van de toegankelijkheid.
  • Is de persoon met wie jij contact wilt onderhouden bij een andere bijeenkomst aanwezig, bijvoorbeeld een buurtbewonersoverleg, ga daar naartoe.
  • Gebruik sociale media of de krant; dat hoeft niet altijd een artikel te zijn dat over jou gaat. Je kunt ook iemand volgen op sociale media en een melding van ‘interesse’ of een inhoudelijke reactie achterlaten. Een keer een doosje bonbons, kerstkaart  of een bloemetje ter waardering
  • Spreek af dat je iemand op de hoogte houdt en vrijblijvend uitnodigt voor bijeenkomsten. zo kun je zonder ongemak bellen of mailen.
  • Weet je dat iemand vertrekt? Vraag of iemand je wil voorstellen aan diens opvolger. Of dat iemand voor de opvolger een notitie achterlaat om contact met jou te zoeken.

Kleine en grote projecten

Kleine aanpassingen

Bij kleine aanpassingen, gaat het om aanpassingen die geen gevolgen hebben voor de bestaande infrastructuur. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een bankje of omleggen van een geleidelijn. De kosten kunnen vaak vanuit de onderhoudsbegrotingen worden betaald. Het kan snel opgepakt worden, want er hoeft geen aparte begroting te worden opgesteld of inspraakprocedures te worden gevolgd.

Actie kan direct door de gemeente worden ondernomen naar aanleiding van:

  • Verzoeken van de lokale bevolking. Zo’n verzoek kan komen via of vanuit een platform als de Wmo-raad (Adviesraad Sociaal Domein) of van jou als ervaringsdeskundige.
  • Een verzoek van één van de aan het stationskwartier verbonden vervoerders. Denk aan ProRail, NS, vervoersbedrijven als Connexxion, Breng of een lokaal/regionaal taxibedrijf.

Wat is jouw rol?

Het is belangrijk dat ook bij kleinere aanpassingen de gemeente zich laat adviseren door een inhoudsdeskundige en niet door de melder van het probleem. Laat je niet verleiden tot een advies hoe je een situatie toegankelijk maakt.

Grote projecten

Een groot project vraagt een lange adem. Een gemeente zal niet snel geneigd zijn alleen vanwege de verbetering van toegankelijkheid een project te starten. Zeker niet als het om grote bedragen gaat. In zo’n situatie moet je ervan uitgaan dat er meerdere redenen moeten zijn om het gebied aan te pakken.

Wat is jouw rol?

Blijf bij de gemeente aankloppen om te vragen wat de ontwikkelingen zijn. Ga ervan uit dat dit (zeer) lang lopende projecten zijn, een periode van jaren.

Op de schop

Het kan ook dat een stationsomgeving volledig op de schop gaat.

  • Het beste is om zo vroeg mogelijk van je te laten horen bij grote projecten. Maar hoe kom je erachter dat het stationskwartier of iets anders op de schop gaat? Een voorbereiding van meer dan vier jaar is geen uitzondering.
  • Soms lees je iets over plannen in de regionale of lokale krant. Ga dan actief op zoek naar bronnen. Wie weet er meer over?
  • Zoek binnen de gemeente (ook via de website), platforms als de Wmo-raad, politieke partijen of andere contacten (OV-bedrijf, kennis, buurman) naar iemand die er meer over weet. Als je een goed netwerk hebt, vang je de eerste berichten over grote projecten snel op.
  • Wees alert, nieuwsgierig en vasthoudend om genoeg te weten te komen over de stand van zaken.

Wat is jouw rol?

  • Wees er vroeg bij.
  • Wijs de gemeente op het belang van toegankelijkheid.
  • Onderneem zo nodig stappen om bij de gemeente aan te geven wat de ervaringen zijn van jou en de groep die je vertegenwoordigt.
  • Ook als het huidige stationskwartier redelijk tot goed toegankelijk is, moet je in actie komen. Omdat je anders de kans loopt dat toegankelijkheid niet meegenomen wordt in het ontwerp van het nieuwe stationsplein of een ander project.

MIRT

MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Het is het programma van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) waarin het Rijk samen met provincies, gemeente, vervoerregio’s en waterschappen werkt aan en beslist over projecten die de bereikbaarheid, ruimtelijke inrichting en leefbaarheid van Nederland verbeteren. Zoals nieuwe spoorlijnen, grote verbouwingen van stations of de herinrichting van stationsomgevingen. In Leiden speelt het MIRT een belangrijke rol bij het stationsgebied Leiden Centraal.

Niet elk project valt onder het MIRT. Kleine aanpassingen aan een station worden meestal lokaal geregeld. Pas als het gaat om een groot project met veel geld, brede impact en samenwerking tussen Rijk en regio, komt het in het MIRT terecht.

Belangrijk om te weten: het gaat niet altijd alleen om stations zoals Amsterdam Centraal of Utrecht Centraal. Ook kleinere stations of haltes kunnen deel uitmaken van een MIRT-traject, bijvoorbeeld omdat ze liggen op een spoorlijn die wordt verbeterd of omdat er een nieuwe lijn wordt aangelegd.\

Het MIRT-traject

Een MIRT-traject bestaat uit meerdere fases. Het doel is om grote projecten op een gestructureerde manier te onderzoeken en af te stemmen tussen Rijk, regio en gemeenten. Een MIRT-traject volgt niet het standaard traject van gemeentelijke vergunningen of procedures. Het gaat vooral om onderzoek, afweging en samenwerking op een hoger, strategisch niveau.

Een MIRT-procedure bestaat uit vier fases:

  1. onderzoek
  2. verkenning
  3. planuitwerking
  4. realisatie

Fase 1: MIRT-onderzoek

In deze fase wordt het probleem in kaart gebracht: wat speelt er en waarom is dat belangrijk?
Daarna wordt breed gekeken naar mogelijke oplossingen: nieuwe infrastructuur, beter OV, fietsvoorzieningen, woningbouw dichter bij werk, enzovoort.
Het onderzoek leidt tot een startbeslissing: is er genoeg reden om verder te gaan en is er kans op financiering?

Fase 2: MIRT-verkenning

De MIRT-verkenning is de tweede stap en zorgt voor een voorkeursbeslissing: welke oplossing heeft de voorkeur? Een verkenning kent vier substappen:

  • Startfase
    Er wordt een plan van aanpak gemaakt.
  • Analysefase
    Verschillende alternatieven worden uitgewerkt. De omgeving wordt betrokken, belanghebbenden denken mee. Er wordt breder gekeken dan alleen bereikbaarheid, ook milieu en leefomgeving tellen mee.
  • Beoordelingsfase
    De effecten van de kansrijke alternatieven worden onderzocht
  • Besluitvormingsfase
    De resultaten worden samengevoegd, waarna een voorkeursbeslissing wordt

Fase 3: MIRT-planuitwerking

De gekozen oplossing wordt verder uitgewerkt tot een concreet plan.
Daarbij horen ook details zoals veiligheid, milieu, geluid en inrichting van de ruimte.
Dit leidt tot een projectbeslissing of een tracébesluit, dat juridisch wordt vastgelegd.

Fase 4: MIRT-realisatie

In deze fase wordt het plan daadwerkelijk uitgevoerd.
Het voorkeursontwerp wordt vertaald naar een definitief ontwerp.
Uitvoerende partijen voeren het werk uit (bouwen van stations, spoor, wegen, enz.).

Participatie en inspraak

Juist in de verkenningsfase kan nog veel worden beïnvloed. Dat is het moment om als belangenbehartiger mee te praten en te zorgen dat toegankelijkheid meteen wordt meegenomen.

Omdat het MIRT-traject niet het normale gemeentelijke traject volgt, betekent dit dat de inspraak in deze fase vaak strategischer en op een hoger niveau plaatsvindt, bijvoorbeeld over de ligging van stations, perroncapaciteit of OV-verbindingen, in plaats van over lokale vergunningen.

Tijdens de planuitwerking wordt meer het normale gemeentelijke traject gevolgd. In deze fase worden de plannen in detail uitgewerkt. Ook in deze fase kun je als belangenbehartiger voor toegankelijkheid aandacht blijven vragen en meekijken.

De rol van de Tweede Kamer

De Tweede Kamer controleert de minister op het niveau van het hele MIRT-programma en houdt in de gaten of er genoeg aandacht is voor thema’s zoals toegankelijkheid. Kamerleden beslissen niet over een lift of een trap, maar ze kunnen wel bepalen dat toegankelijkheid een belangrijk doel moet zijn in een project.

Actuele en aanstaande trajecten

Op het moment van schrijven (december 2025) van het volgende overzicht spelen onderstaande MIRT-trajecten, die een relatie hebben met stationsomgevingen. Sommige trajecten bevinden zich nog in fase 1, terwijl andere trajecten zich al verdere fasen bevinden.

Binckhorst

  • MIRT-verkenning voor bereikbaarheid en ontwikkeling van de Binckhorst in Den Haag.
  • Betrokken knooppunt en OV: tramlijn via Den Haag Centraal, Binckhorst richting station Voorburg en verder richting Rijswijk en Delft.
  • Mogelijke extra stations of haltes: nog nader te bepalen.

Den Bosch Centraal

  • Vernieuwing van het station ’s-Hertogenbosch en het omliggende gebied.
  • Stations: ’s-Hertogenbosch.

Lelylijn

  • Nieuwe verbinding Noord-Nederland – Randstad via Lelystad.
  • Stations: Groningen, Leeuwarden en Lelystad.
  • Mogelijke nieuwe tussenstations zijn nog niet vastgesteld. Opties zijn Drachten en Emmeloord.

Nedersaksenlijn

  • Nieuwe spoorlijn Groningen – Emmen – Enschede.
  • Stations: Groningen, Emmen en Enschede
  • Mogelijke nieuwe stations: Stadskanaal en Ter Apel.

Oude Lijn

  • Verbetering van de spoorlijn tussen Leiden, Den Haag, Rotterdam en Dordrecht.
  • Stations: Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam Centrum en Dordrecht.
  • Mogelijke nieuwe stations: Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel, Rotterdam Van Nelle en Dordrecht Leerpark.

Spoorknoop / Multimodale Knoop Eindhoven

  • Verbetering van het knooppunt Eindhoven.
  • Stations: Eindhoven Centraal

Sloterdijk – Amsterdam Centraal

  • Nieuwe OV-verbinding binnen Amsterdam tussen Sloterdijk en Amsterdam Centraal.
  • Stations: Amsterdam Sloterdijk en Amsterdam Centraal.
  • Mogelijke extra stations of haltes onderweg; kunnen treinstations, tramhaltes, bushaltes of metrostations zijn.

Stadionpark Rotterdam

  • Ombouw van evenementenstation Rotterdam Stadion naar regulier station in samenhang met nieuwe tramlijn over brug naar Kralingen.
  • Stations: Rotterdam Stadion → wordt Station Stadionpark.

Verlenging Noord/Zuidlijn

  • Verdere uitbreiding richting Schiphol/Hoofddorp vanaf Amsterdam Zuid.
  • Stations: Amsterdam Zuid, Schiphol en Hoofddorp.
  • Mogelijke extra metrostations of haltes onderweg op de route.

Samenvatting

MIRT-projecten hebben vaak directe gevolgen voor stations en hun omgeving. Het gaat om drukte, bereikbaarheid, overstappen en de inrichting van de openbare ruimte. Voor belangenbehartigers is het belangrijk om al in de verkenningsfase betrokken te zijn, omdat daar de doelen en randvoorwaarden worden vastgesteld.

Meer informatie

Video: Je weg vinden op het station

In een video van 6 minuten geven Hilda en Bert uitleg hoe zij hun weg vinden op het station.

Interview MIRT

Martine interviewt Peter Waalboer, een ervaren belangenbehartiger van de Oogvereniging uit Leiden, over MIRT. Je kunt dit interview hieronder beluisteren. Het duurt 22 minuten.

Inhoudsopgave

Wil je terug naar alle onderwerpen van Succesvol lobbyen?

Naar de inhoudsopgave